Cartridge onderhoud tips


Om problemen met het vullen van inkt- en tonercartridges te vermijden, is het volgende zeer belangrijk voor u:

Inktcartridges: Image

Drukt u nooit uw inktcartridge helemaal leeg.
Zodra veranderingen aan het uitgeprinte of aan de kleuren optreden, gelieve de cartridge niet meer verder te gebruiken. De reden hiervoor ligt aan de eigenschap van de inkt zelf, die zowel als smeer- en als koelmiddel voor de printkop dient.

De cartridge voorzichtig verwijderen.
De zichtbare koperen contacten zijn zeer gevoelig en behoren daarom ook tijdens het transporteren beschermd te zijn.

Beschermt u uw printkop niet met plakband.
Er zullen resten van plakband in de sproeigaatjes achterblijven, die daardoor de printkop onbruikbaar maken.

Nooit uw lege cartridges te lang opslaan.
Overgebleven inkt droogt in de sproeigaatjes op en kan de haarfijne openingen verstoppen. Evenzo kan het schuim van de inkt hard worden en daardoor geen inkt meer opnemen. Gelieve altijd de hervulde cartridges tot aan het gebruik met de printkop naar beneden op te slaan.

Zorgt u bij apparaten met een geďntegreerde printkop
(b.v. Canon + Epson) voor een tweede set inkttanks. U kunt dan steeds tussen deze twee inkttanks wisselen zonder dat de gevoelige printkop kan uitdrogen.

Lasertoners: Image

De cartridge niet helemaal opgebruiken.
Enige lasercartridges bevatten een chip die reageert afhankelijk van de stand hoe leeg de cartridge is. Om die reden moet u de cartridge eruit nemen wanneer de melding „toner low“ verschijnt. De cartridge heel voorzichtig inzetten en eruit nemen. Daarbij kunnen anders de belichtingstrommel en de contacten worden beschadigd.

Bij het transporteren de oorspronkelijke beschermingsclip en kartonnen doos gebruiken
om schade te vermijden. Uw lasercartridge is immers een high-tech-product.